1892-1992 : "DE WARE VRIENDEN BESTAAN HONDERD JAAR"
Erik Martens

In 1891 verwekte de encycliek “Rerum Novarum” van paus Leo XIII in Europa veel opschudding en in 1893 zou in België het algemeen mannelijk meervoudig kiesrecht van kracht worden. Maar er zijn geen redenen om aan te nemen dat het toen nog zeer landelijke Huldenberg door een en ander noemenswaardig beroerd werd. Maar in het tussenliggende jaar 1892 gebeurde er wel iets dat het merendeel van de zowat 1450 ingezetenen van het dorp moet hebben bewogen. Naast de reeds sinds 1869 bestaande harmonie “De IJsschegalm” werd toen een tweede muziekvereniging opgericht.
De initiatiefnemers waren de jonge Alfred Stroobants (° 1868) en de piepjonge Remy Lahaye (° 1876). Beiden zetten hun beste beentje voor en al op 13 november 1892 vond de eerste repetitie plaats. Het gros van de aanwezigen werd gevormd door een twintigtal leden van het reeds jaren bestaande zangkoor “St. Cecilia”, waarvan de koster-organist van Huldenberg, Henri De Raymaeker (+ 1931), de bezieler was. Bij die gelegenheid werd een voorlopig bestuur samengesteld, dat de nieuwe vereniging, die als doelstelling had het beoefenen en ontwikkelen van de muziek- en de toneelkunst, meteen een naam gaf : harmonie “De Ware Vrienden”. Op 3 december 1892 werd het bestuur bevestigd. Voorzitter was Alfred Stroobants, zoon van Frans en Maria-Theresia Coosemans, de pachters van het hof ten Schonenberg (1). Remi Lahaye werd de eerste “schatbewaarder” of “kassier”. De “muziekbestuurder” of dirigent was Léon Nicodème. Het lokaal waar de nieuwe harmonie het licht zag was de herberg “Casino” aan het gemeenteplein.
Onder de leiding van Léon Nicodème werd hard gerepeteerd en op 18 juli 1893 namen “De Ware Vrienden” deel aan een festival, ingericht door de Verenigde Turfboeren van Terlanen. Nog hetzelfde jaar volgden optredens te Tervuren (6 augustus) en te Leuven.
Op 21juli 1895 werd de vlag van “De Ware Vrienden” gewijd. De harmonie telde op dat ogenblik 137 leden 17 ereleden, 69 gewone leden en 51 muzikanten. Een niet onaardig resultaat na drie jaar werking. De vereniging bleef zonder onderbreking aktief tot bij het uitbreken van de eerste wereldoorlog, niet alleen in de muziek, maar ook in de dramatiek. Regelmatig staan inderdaad in het kasboek uitgaven voor “toneelboeken”, “grimage”, “4 perruquen en 1 baard”, “liters bier voor de toneelspelers” en ook voor “location de perruques pour le concert” en “une tournée pour les membres du dramatique”. Want in het eerste decennium van de twintigste eeuw waren de aantekeningen soms in het Frans.
Tijdens de eerste wereldoorlog viel de werking stil. Het enige teken dat er op wees dat de harmonie nog bestond was de volgende aantekening in het kasboek : “voor 6 missen van 8 fr. voor afgestorvene leden gedurende de jaren 1915, 1917, 1918 en 1919: 48.00 fr.”
Na de wapenstilstand werd een algemene vergadering belegd en werd de schade vastgesteld. Tal van instrumenten waren beschadigd of verdwenen. Maar in maart 1919 hernamen de bezigheden, vooral repetities. In 1920 leek alles weer in de oude plooi te liggen. Het kasboek vermeldde weer de vertrouwde uitgaven : “convocaties leden en muzikanten”, “kalfskoppen voor souper van toneelmannen”, “aan trommeldrager voor processie”, “petrool voor fakkels”, “timbers voor rondsturen van programmas”, “betaald aan balmuzikanten”, “aan smeden voor reparaties instrumenten”, “aan den brouwer voor bier” en voor “costumen toneer’.
De “Harmonie De Ware Vrienden” kreeg een nieuw vaandel in 1935.
Het jaar 1939 werd een keerpunt. Daar waar de rekening over 1938 nog werd afgesloten met 4458,55 fr. aan inkomsten en 2987,95 fr. aan uitgaven daalden in 1939 deze bedragen respectievelijk tot 2847,60 fr. en 852 fr. Oorlogsdreiging en mobilisatie zetten overduidelijk een domper op de vreugde en verminderden de werkzaamheden. Tijdens de oorlog viel opnieuw alle muziek- en toneelaktiviteit stil. De enige uitgaven die genoteerd zijn in het kasboek hebben betrekking op zegels voor uitnodigingen voor begrafenissen en, zoals in 1914 - 1918, voor de jaarlijkse dienst voor de afgestorven leden. Op 14 maart 1943 is er ook 50 fr. vermeld “voor opstellen en opzoekingen voor oorlogsschade aan instrumenten”. Van een viering van het 50-jarig bestaan in 1942 kwam uiteraard niets in huis. In dat jaar overleed ook stichter-voorzitter Alfred Stroobants.
Na de bevrijding in 1944 sloeg het vuur weer aan. Remi Lahaye had na het overlijden van Alfred Stroobants het voorzitterschap op zich genomen en hij riep eind september de nog overblijvende leden van het vooroorlogse bestuur (Jozef Taymans, Deoni Sterckx, Henri Laureyns en Emiel De Keyzer) en dirigent Leon Nicodème bijeen. Net zoals in 1918 werd vastgesteld dat veel instrumenten waren beschadigd of verdwenen. Een week later kreeg de jonge onderwijzer Hilaire Verdoodt de opdracht om een toneelstuk te laten opvoeren. De opbrengst van de vertoning moest dienen om de weduwe van Maurice Cahy, een tijdens de oorlog gedode muzikant, en de onder de wapens geroepen leden te steunen. Het werd “Antje”, een blijspel in drie bedrijven over vier vrijgezellen die elk op hun manier verliefd worden op hun meid. De rollen werden vertolkt door Modest Taymans, Guilliaume Fluyt, Jan Sterckx, Alfons Pirlet en Jeanne Verbomen. Het stuk werd drie keer opgevoerd, telkens met een daverend succes.
“Antje” was het eerste van een hele reeks stukken, die niet alleen in Huldenberg ten tonele werden gebracht, maar ook in de omliggende dorpen. Verschillende ervan waren van de hand van Louis Michiels, een schilder uit Leefdaal (2). Ze waren niet uitgegeven en de rollen moesten met de hand worden uitgeschreven. In Huldenberg noopte de bijval van de theaterstukken tot een verhuis van de zaal “Casino” naar de zaal “Varia”, die meer mogelijkheden bood qua scene en capaciteit. De “Casino” bleef uiteraard de plaats waar de vergaderingen en de repetities plaatsvonden. De bloei van het toneelleven leidde in 1919 tot de oprichting, binnen de harmonie, van een toneelkring “Naar het Hoge”, waarvan Alexis Peeters voorzitter werd. Er werd toen beslist twee jaarlijkse feestavonden te houden : een eerste eind november, begin december, door de muziekvereniging, en een tweede in februari of in maart, door de toneel- kring. Deze feestavonden verliepen volgens een zelfde stramien (muziek, toneel, bal), maar de opbrengst van de eerste was voor de harmonie en die van de tweede voor de toneelvereniging.
De harmonie spreidde intussen ook een spetterende activiteit te toon. In 1946 was Leon Nicodème als dirigent opgevolgd door Frans Teugels, die in Schaarbeek woonde maar alom bekend was in de streek, want hij was ook toneeldichter en leidde niet minder dan zeven harmonies en fanfares (3). Leon Nicodème, Remy Lahaye, Dionisius (Deoni) Sterckx, Henri Laureyns, Emiel De Keyzer en Jozef Taymans, die zich gedurende vijftig jaar of meer ten dienste hadden gesteld van hun vereniging, werden op 7 november 1947 vereerd met de Zilveren Medaille der Orde van Leopold II, geschonken door Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Karel, Regent van België.
Voorzitter Remi Lahaye, medestichter van de harmonie waarop hij gedurende 57 jaar zijn stempel had gedrukt, verwisselde het tijdelijke met het eeuwige op 6 januari 1949. Op 13 november 1949 werd hij opgevolgd door Eugène Steeno. Het jaar daarop werd de harmonie, op initiatief van dirigent Teugels, omgevormd tot fanfare. Deze naamswijziging noopte tot in het gebruik nemen van een nieuw vaandel. Het kwam tot stand in 1952, een jaar dat met gulden letters geboekstaafd staat in de annalen van “De Ware Vrienden”. Op 25 mei greep te Huldenberg, ter gelegenheid van het zestigjarig bestaan en het bekomen van de titel “Koninklijke Fanfare”, een groot muziekfestival plaats waaraan niet minder dan 25 muziekkorpsen hun medewerking verleenden.
Frans Teugels had voor de gelegenheid een mars “De Ware Vrienden” gecomponeerd, waarop Hilaire Verdoodt ook een tekst opstelde. Die dag ontvingen de werkende leden Armand Van Wayenbergh, Hendrik Van Wayenbergh, Hendrik Philips en Frans Mommaerts ook de Zilveren Medaille der Orde van Leopold II.
De gouden jaren vijftig waren een periode van hoogconjunctuur voor “De Ware Vrienden”. Het aantal deelnames aan festivals, optochten, stoeten, concerten en wedstrijden was gewoon niet te tellen. De bekwame leiding van Frans Teugels wierp vruchten af. Maar er waren ook nadelen. Teugels dirigeerde omzeggens in heel de IJsevallei (Overijse, Huldenberg, Loonbeek, Neerijse) plus Leefdaal en Bertem. Het repertorium was overal hetzelfde en er werden partituren van de ene vereniging naar de andere overgebracht zonder dat de besturen ervan in kennis werden gesteld. Dit leidde ertoe dat Teugels in Huldenberg werd ontslagen en in 1965 werd opgevolgd door Jef Demey, onderkapelmeester van de Muziekkapel der Gidsen. Onder diens leiding wisten de “De Ware Vrienden” eerste prijzen in de wacht te slepen op provinciale muziekwedstrijden te Tienen en te Anderlecht. Dirigent Demey was de bezieler van het tweede muziekfestival van de fanfare, dat te Huldenberg plaatsvond op 18 mei 1967, ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan. Naast de deelname van twaalf andere muziekverenigingen was er die dag ook een concert door het Groot Harmonieorkest van de Muziekkapel der Gidsen onder de leiding van kapitein-kapel-meester Yvon Ducène.
Het jaar daarop zag Demey zich wegens ziekte verplicht ontslag te nemen als dirigent. Zijn opvolger was Jos Aertgeerts, ook onderkapelmeester bij de Muziekkapel der Gidsen, die zijn eerste concert met “De Ware Vrienden” leidde op 23 november 1968. In 1974 zou Jos Aertgeerts het initiatief nemen tot de oprichting van een jeugdfanfare om de belofte- volle elementen van de jonge generatie aan te moedigen. Maar deze jeugdfanfare was geen lang leven beschoren, evenmin als het trommel-majoretten- en twirlingkorps, dat in 1975 werd opgericht op initiatief van ondervoorzitter Frans Vrebos. Dit majorettenkorps trad voor de laatste maal op in 1983. Doch deze pogingen hadden uiteindelijk een positief resultaat : tal van jongeren kwamen in contact met de fanfare.
De leiding van “De Ware Vrienden” kwam, na het overlijden van Eugène Steeno. (5 juni 1972) in handen van de vierde voorzitter:
Georges Vanderlinden. Deze gaf in 1977 zijn ontslag en werd opgevolgd door zijn neef Marcel Vanderlinden, die aanbleef tot in 1987. Jos Aertgeerts, die benoemd werd als directeur van de stedelijke muziekschool van Tienen, nam wegens te drukke werkzaamheden in 1981 ontslag. Zijn opvolger Luc Vandermos— ten dirigeerde zijn eerste concert te Lubbeek op 6 mei 1981.
Na het verdwijnen van de eigen toneelkring “Naar het Hoge”, begin van de jaren zestig, werd een beroep gedaan op “Het Nieuw Vlaams Toneel” uit St.-Genesius-Rode om het jaarlijkse feest op te luisteren. In 1983 echter kreeg de toneelaktiviteit binnen De Ware Vrienden een nieuwe impuls. Dit jaar werd opnieuw een eigen toneelkring “De Schakel” opgericht. De stuwende kracht hierachter was Etienne Denruyter.
In 1988 trad een nieuwe voorzitter aan : Pierre Van Obbergen. Deze nam prompt maatregelen om vers bloed aan te trekken. In 1989 zette hij een twaalftal jonge elementen ertoe aan lessen notenleer te volgen en een instrument te leren bespelen. Met succes, want nu, in 1992, is de helft van die jongeren effectief toegetreden tot de fanfare.
“De Ware Vrienden” traden gedurende de eerste tachtig jaar van hun bestaan op zonder uniform. Daaraan kwam een einde in 1972, toen een eenvormige kledij voor het eerst werd gedragen op de 4de januari, naar aanleiding van de begrafenisplechtigheid van een van de leden, Alfons De Muylder. In 1990 kregen de leden een nieuw stemmig bordeaux-en-grijs pak aangemeten, dat aan het publiek werd getoond op 15 augustus.
Het eeuwfeest van “De Ware Vrienden” is intussen met de nodige luister gevierd, eerst te Huldenberg, eind mei 1992. De oude, eerste standaard, die rond nieuwjaar 1989 op de zolder van het kasteel was teruggevonden (4), was voor de gelegenheid gerestaureerd. Op 4, 5 en 6 december 1992 vond de slotviering plaats in “Ter Ijse” te Overijse, met onder andere een toneelvoorstelling door “De Schakel”.
Met een kleine tijdsaanpassing citeren we uit het Guldenboek - Feestprogramma” van “De Ware Vrienden” uit 1952:
“Steunend op het heilzaam verleden waarop onze vereniging met recht mag bogen, brengen wij gaarne in het midden dat zij sedert haar bestaan waarlijk veel heeft bijgedragen, én tot de veredeling, én. tot vermaak van de gemeenschap, dat zij steeds bereid is geweest haar steun en medewerking te verlenen, en dit gedurende een volle eeuw, aan het opluisteren der processiën, vlaginhuldigingen, weldadigheids- en andere feesten in en ver buiten de gemeente”.
Niemand twijfelt eraan de “De Koninklijke Fanfare De Ware Vrienden” deze verheven taak zal blijven vervullen in de volgende honderd jaar.
Erik Martens
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------------
1. Alfred Stroobants zou later eerste schepen van Huldenberg worden en ook zetelen als provincieraadslid voor de Katholieke Partij.
2. Over Louis Michiels: Dr. Henri Vannoppen, Schilderwerken in de kerk van Loonbeek, anno 1907, in Huldenbergs Heemblad, 1991,4.
3. Naast “De Ware Vrienden” : “Fanfare Willen is Kunnen” te Loon- beek, “Koninklijke Harmonie Juste Lipse” te Overijse, “Koninklijke Fanfare De Ware Vrienden” te Neerijse, “Koninklijke Fanfare St. Lambertus” te Leef daal, “Koninklijke Harmonie St. Lendrik” te Neder-Over-Heembeek en “Koninklijke Fanfare De Vier Heemskinderen” te Bertem.
4. Lees hierover E. Martens, De drie vaandels van de Huldenbergse Muziekvereniging ‘73e Ware Vrienden”, in Huldenbergs Heemblad, 1989, 4.
Bronnen:
- Kas- en ledenboeken 1895-1918, 1919-1950 en 1951-1985;
- Ledenlijst 1960-1965;
- Guldenboek - Programma Groot Muziekfestival 1952;
- Guldenboek - Programma Groot Muziekfestival 1967;
- Programma Concert 2 en 3 december 1978;
- Aantekeningen van de heer Hilaire Verdoodt, o.a. 90 jaar Geschiedenis in beknopt verslag (waarvoor onze beste dank).




